Tot volgend seizoen!



Geen wedstrijden meer gepland

  • Home
  • Nieuws
  • Jan louwers spijbelaar speler en sponsor

Jan Louwers, spijbelaar, speler en sponsor

Graag delen we het levensverhaal van Jan Louwers, de naamgever van ons stadion. Juist op de dag van de Lichtstadderby willen we Jan, die furore maakte in de jaren ’50 en ’60 bij blauw-wit en rood-wit, gedenken.”

 

 

Inleiding

 

De stadions van drie profclubs in ons land zijn naar een oud-speler vernoemd. Sinds 1 juli 2006 draagt de thuishaven van NAC de naam van Antoon ‘Rat’ Verlegh. Wanneer de Bredase club in 1921 haar enige landstitel verovert, is Verlegh een sterkhouder, net als trouwens bij de zes Zuid-Nederlandse titels tussen 1919 en 1927. Is Verlegh de beste speler uit de clubgeschiedenis? Velen zullen wijzen op Kees Rijvers. Deze vertrekt echter in het najaar van 1950 naar het Franse Saint-Etienne, om pas in 1962 terug te keren bij NAC. Verlegh blijft zijn Bredase voetballiefde altijd trouw. In acht interlands is ‘de Rat’ bovendien twee keer trefzeker. Hierdoor heeft Verlegh nationale betekenis, die door een loopbaan als bondsofficial nog eens extra cachet krijgt. 

 

Abe Lenstra leidt SC Heerenveen tussen 1943 en 1951 negen keer op rij naar de Noord-Nederlandse titel. In 1948 en in 1949 grijpt  Abeveen net naast de landstitel. Lenstra is zonder meer de beste speler uit de clubhistorie. In de zomer van 1955 verkast hij naar SC Enschede. Met 33 goals in 47 interlands staat de nationale betekenis van deze tweevoudige sportman van het jaar (1951 en 1952) buiten kijf. Wanneer SC Heerenveen op 20 augustus 1994 haar huidige onderkomen betrekt, wordt dit dan ook tot Abe Lenstra Stadion gedoopt. 

 

Een week later, op 27 augustus 1994, wordt het stadion van FC Eindhoven, in het Gemeentelijk Sportpark aan de Aalsterweg, naar Jan Louwers vernoemd. Is deze dribbelkoning de beste speler uit de geschiedenis van de club? Sommigen zullen wijzen op doelpuntenmachine Noud van Melis. Louwers komt in zijn lange loopbaan niet alleen voor Eindhoven uit (1950–1960 en 1966–1967), maar ook voor PSV (1960–1963) en voor Roda JC (1963–1966). Hij speelt nooit een officiële interland. Waar Verlegh (loyaliteit, nationale betekenis) en Lenstra (beste speler, nationale betekenis) twee uit drie scoren, komt Louwers hooguit tot één punt. Er is nog iets opmerkelijks. Jan Louwers is op 27 augustus 1994 nog springlevend, terwijl Lenstra en Verlegh reeds zijn overleden op het moment dat een stadion naar hen wordt vernoemd. De betekenis van Jan Louwers voor Eindhoven moet dus wel heel erg groot zijn geweest. Wie was deze vedette?

 

 

De spijbelaar

Op 3 juli 1930 komt Jan Louwers ter wereld in Gestel, in het zuidwesten van Eindhoven. Hij groeit op in een groot arbeidersgezin, waar ‘altijd moet worden gewerkt’. Achter het huis ligt een flinke lap grond. Daarop verbouwt het gezin aardappelen en groente. Er moeten immers veel monden worden gevoed. Jan heeft namelijk twaalf boers en zussen. Kort voor zijn tachtigste verjaardag, in een lang interview met de lokale zender 040TV, omschrijft Louwers deze situatie als ‘armoe troef’. 

 

Vader Toon Louwers is sigarenmaker bij Karel I. Als traditionele Eindhovenaar (Gestelnaar) heeft hij weinig op met de ‘indringers’ van Philips en dus ook met de Philips Sportvereniging. Toon gaat louter naar de Frederiklaan ‘als het stadion er in brand staat’. Tussen 1960 en 1963 zal hij er toch vaak zijn, wanneer zoonlief er furore maakt. We lopen nu echter op de zaken vooruit.

 

Als jongetje is Jan de hele dag op straat met een bal in de weer. Thuis komt hij alleen om te eten en om te slapen. Jan is veel te rusteloos om zich op school gelukkig te voelen. Het voetbal biedt hem de mogelijkheid al zijn energie kwijt te raken. Als Jan bijna tien jaar oud is vallen de Duitsers ons land binnen. Zij vorderen het schoolgebouw. Voortaan hoeven de leerlingen nog maar halve dagen naar school. Wie bij een boer aan de slag gaat, mag zelfs helemaal wegblijven. De enige verplichting is dat men een briefje van de boer aan de onderwijzer laten zien. Jan regelt wel briefjes, maar werkt zelden of nooit in de landbouw. Hij voetbalt alleen maar.

 

Door de kinderrijke gezinnen is er op straat nooit een tekort aan medespelers. Zijn oudere broers zijn al lid van Gestelse Boys. Daarom meldt Jan zich na verloop van tijd ook aan. De club heeft echter geen jeugdelftallen. Hij maakt daarom zijn debuut in het derde elftal. Het grote talent stoot natuurlijk snel door. Even speelt Jan nog bij de reserves, maar op veertienjarige leeftijd debuteert hij al in het eerste. Later krijgt hij een conflict met de clubleiding. Het bestuur zet Jan terug naar het tweede. Bij de reserves scoort hij, tot op het bot gemotiveerd, in één seizoen meer dan honderd doelpunten. In een van zijn eerste wedstrijden treft hij tien maal doel. Na dat seizoen keert Jan weer terug in de hoofdmacht van de vierdeklasser. Al snel is duidelijk dat hij ook een aanwinst zou zijn voor een eersteklasser.

 

Terugkijkend ziet Louwers in het reeds genoemde interview zowel de voordelen als de nadelen van zijn informele opleiding als voetballer. Uiteraard heeft hij als ‘spijbelaar’ meer uren als voetballertje gemaakt dan tegenwoordig mogelijk is. Daar staat tegenover dat destijds de expertise ontbrak, die nu de opleiding van jeugdige spelers overal kenmerkt.

 

 

De speler

 

Eindhoven is eigenlijk de enige serieuze kandidaat voor een overstap. Deze volksclub komt door de perikelen in ‘de Oost’ in een lastig parket. Veel spelers, onder anderen Frans Tebak, vervullen een groot deel van hun militaire dienstplicht in Nederlands-Indië. Eindhoven is dus naarstig op zoek naar versterking. In 1946 komt midvoor Noud van Melis over van derdeklasser Tongelre, een rooms-katholieke vereniging. Twee jaar later krijgt ook Eindhoven de rooms-katholieke signatuur. Onder anderen Gerrit Quik verkast daarop naar het neutrale PSV. Het vertrek van deze aanvaller weegt zwaar. Defensief heeft Eindhoven de zaakjes redelijk op orde. De ploeg beschikt echter nauwelijks over spelers die Van Melis in stelling kunnen brengen.

 

Al snel komen kringen rond Eindhoven bij Jan Louwers uit. Toon Louwers ziet deze overgang wel zitten. De club heeft immers bemiddelde supporters die de vedetten weleens iets toestoppen. Vanaf januari 1950 hult Louwers zich dan ook in het blauwwitte tenue. In datzelfde jaar keren overigens de latere Oranjeklanten Dick Snoek en Frans Tebak uit Nederlands-Indië terug. Louwers ontkomt niet aan het verplichte half jaar inactiviteit na een overschrijving. Zo wil de KNVB voorkomen dat clubs uitgroeien tot een duiventil. Pas in augustus, tijdens het toernooi om de Zilveren Bal, in Rotterdam, maakt hij zijn debuut. In de thuishaven van Sparta bereikt Eindhoven de finale, waarin BVV echter aan het langste eind trekt (2–3). Ook in de afdelingscompetitie eindigt Eindhoven als tweede, achter PSV. Een hoogtepunt is de overwinning thuis tegen regerend landskampioen Limburgia (7–0), in september 1950. Louwers scoort twee keer. 

 

In de zomer van 1951 maakt ook binnenspeler Piet van Rooij de overstap van Tongelre. Willy Schmidt, een aanvaller van Alcmaria Victrix, krijgt als vertegenwoordiger in cosmetica een rayon in het zuiden van het land. Eerst meldt hij zich bij PSV aan, maar daar klikt het niet met de spelersgroep. Bij Eindhoven klikt het gelukkig wel. Schmidt is, net als Louwers, een creatieve en mondige speler met een grondige hekel aan veel officials. 

 

In het toernooi om de Zilveren Bal bereikt Eindhoven opnieuw de finale. Gastheer Sparta is daarin te sterk, maar pas na een strafschoppenserie. Ook in de afdelingscompetitie 1951/1952 eindigt Eindhoven weer als  runner-up, nu achter Willem II. Net als in 1948 (BVV) en in 1951 (PSV) hoeft men slechts de latere landskampioen voor te laten gaan. Om gezondheidsredenen moet de ploeg het in dat seizoen een tijd zonder trainer-coach Wim Groenendijk stellen. Aanvoerder Frans van Tuijl neemt de trainingen over. Het wiegje van de ‘lange’ Van Tuijl stond in Gestel, net als dat van Louwers. Beide ‘blauwbuiken’ voelen elkaar blindelings aan. De lijn die ze samen uitstippelen leidt tot 23 punten uit 13 wedstrijden. Bij lijstaanvoerder Willem II krijgt men het er zelfs nog even benauwd door.

 

In de voorbereiding op het seizoen 1952/1953 vernedert Eindhoven de professionals van Saint-Etienne, inclusief Kees Rijvers (6–2). De Franse club wil uitblinker Louwers acuut inlijven, maar vader Toon werkt niet mee. Jan blijft daarom in Eindhoven. Zou hij anders in maart 1953, als prof in Frankrijk, één van de helden van de beroemde Watersnoodwedstrijd zijn geworden? Na drie verloren finales op rij wint Eindhoven enige weken later eindelijk de Zilveren Bal. In de finale tegen Stormvogels moet de ploeg eerst een 2–0 achterstand goedmaken. Louwers scoort de beslissende treffer, in de allerlaatste minuut. 

 

Ondanks een slechte competitiestart weet Eindhoven een beslissingswedstrijd tegen PSV om de afdelingstitel af te dwingen. In stadion De Vliert in Den Bosch boekt blauwwit een historische overwinning op rood-wit (2–1). Vervolgens begint Eindhoven evenwel slecht aan de kampioenscompetitie. Na de ‘moeder van alle overwinningen’ valt het zwaar tot de orde van de dag over te gaan. In de voorlaatste speelronde troeft Eindhoven koploper RCH in Heemstede af (2–0). Louwers opent de score. Vervolgens vernedert Eindhoven het arme Vitesse (6–0). Deze keer is Louwers twee maal trefzeker. Ook krijgt hij ruzie met stopperspil en Oranjeklant Wim Hendriks. Zelfs de anders altijd zo beschaafde hoofdtribune van Eindhoven maakt kabaal. Scheidsrechter ‘ome’ Dirk Nijs, een markante persoonlijkheid, lost dit op geheel eigen wijze op. Hij maakt de dames en heren duidelijk, dat er kampioenselftallen tegen elkaar spelen. Of het publiek ook maar even kampioensniveau wil tonen! Daarop wordt het meteen weer rustig. Met de ruime zege op de Arnhemse ploeg dwingt Eindhoven een beslissingswedstrijd tegen RCH af. In de Rotterdamse Kuip delft de blauwwitte ploeg het onderspit (1–2), vooral omdat Schmidt voor open doel mist, ondanks een puntgave  assist van Louwers.

 

Een seizoen later is Eindhoven er opnieuw bij in de kampioenscompetitie. In de afdelingscompetitie weet men nu Willem II wel achter zich te houden. Thuis tegen Willem II buigt de ploeg een 1–4 achterstand in een 5–4 overwinning om. In de voorlaatste speelronde haalt Eindhoven met een 3–3 gelijkspel in Tilburg de afdelingstitel binnen. In beide wedstrijden is Louwers één keer trefzeker. Ook in de eerste vier speelronden van de kampioenscompetitie scoort hij telkens. Daardoor houdt Eindhoven met vier punten, even veel als de concurrenten DOS, DWS en PSV, uitzicht op de landstitel. In de vijfde speelronde wacht de uitwedstrijd tegen de lokale aartsrivaal. Louwers is die dag niet te stoppen. Bij rust leidt Eindhoven reeds met 4–0. In deze stand komt geen verandering meer. Het is erg warm, zodat men zich niet al te veel wil inspannen. Bovendien zijn de beide selecties onderling bevriend. Frans Otten, de president-directeur van Philips, heeft deze vriendschap vóór de kampioenswedstrijden gestimuleerd met een feestavond op de Eindhovensche Golf. De spelers kijken hun ogen uit in deze chique ambiance. Een week na de zege in het Philipsdorp verovert Eindhoven de landstitel door DOS met 3–1 te verslaan. Van Melis verzorgt de totale Eindhovense productie.

 

Als cadeau krijgen de spelers een reis naar de WK-finale in Bern. De meesten raken in de aanhoudende regen helemaal doorweekt, op onoverdekte zitplaatsen achter een van de doelen. West-Duitsland verslaat de grote favoriet Hongarije verrassend met 3–2. De spelers van Eindhoven willen na afloop vooral droge kleding. Eén man heeft daar geen behoefte aan. De slimme Louwers is voor de wedstrijd naar de overdekte hoofdtribune gegaan. In het kielzog van de bekende radioverslaggever Dick van Rijn glipt hij naar binnen. De dienstdoende suppoosten laten diens ‘assistent’ zonder morren toe. Het is tekenend voor zijn  gogme, dat hem in het zakenleven nog vaak van pas zal komen.

 

Ruim een maand later verkast Noud van Melis naar Rapid ’54 uit Kerkrade, een van de ‘wilde’ profclubs. Louwers wil wel met hem mee, maar hij heeft ook zakelijke belangen. Als werknemer heeft hij zich nooit senang gevoeld. Hij is daarom een onderneming in staven ruw ijs begonnen. Daarmee kan de horeca in de regio Eindhoven producten koel houden. Een uit de Lichtstad zal deze handel geen goed doen. Ook een andere ‘wilde’ profclub, Fortuna’54 uit Geleen, vangt daarom bot.

 

In het eerste semiprofseizoen, 1954/1955, behaalt Eindhoven opnieuw een afdelingstitel, nu vóór VVV, Ajax, De Graafschap en SC Enschede. Alle andere afdelingskampioenen − NAC, PSV en Willem II − komen dat jaar trouwens ook uit Noord-Brabant. Louwers excelleert, met zes doelpunten in een half dozijn wedstrijden. Toch kan hij niet voorkomen dat Eindhoven als laatste eindigt. Wel heeft hij weer een typisch Louwers-moment. In de tweede speelronde ontvangt Eindhoven thuis PSV. Eerst stopt PSV-doelman Steiger een strafschop. Daarna neemt PSV de leiding. Louwers tekent daarop voor de gelijkmaker. Eindhoven krijgt een tweede strafschop. Louwers is zal dit buitenkansje wel even benutten. Rustig wandelt hij naar de strafschopstip, doet alsof hij bukt om de bal nog eens goed te leggen, maar puntert meteen….hoog over. Het blijft 1–1.

 

Als afdelingskampioen plaatst Eindhoven zich uiteraard voor een van de twee hoofdklassen. Deze bestaan in het seizoen 1955/1956 uit achttien clubs. De eerste negen hiervan plaatsen zich voor de eredivisie, die een seizoen later van start zal gaan. Eindhoven begint het seizoen erg goed. In de vierde speelronde verplettert de ploeg thuis het sterke NAC (8–2). Louwers is die dag de grote uitblinker, ook al scoort hij slechts één keer. Hij degradeert Kees Kuys, sinds het voorjaar van 1955 de linksback van Oranje, tot een beginneling. Daar heeft hij wel een reden voor. De Gestelse pingelaar is namelijk net daarvoor zelf weggelopen bij Oranje. Over de reden hiervoor zijn twee versies in omloop. Enerzijds zou Louwers tabak hebben gehad van de bondscoach, Max Merkel. Deze Oostenrijker houdt van discipline en teamgeest. ‘Pingelen’ is ten strengste verboden. Merkel fluit dan ook acuut af, nadat Louwers op een training ‘weer eens de hele familie heeft gepasseerd’. Het  enfant terrible keert spoorslags terug naar Eindhoven. Anderzijds is er een zakelijke verklaring. Wanneer Louwers aan centrale trainingen deelneemt, moet hij extra arbeidskrachten inhuren. Hij wil compensatie daarvoor. De voetbalbond is hiertoe niet bereid. Daarom laat hij de kans op Oranje lopen. 

 

Na 24 wedstrijden in het seizoen 1955/1956 is Eindhoven nog medekoploper. Dan beginnen de problemen. In het najaar van 1954 heeft de hele selectie een tweejarig contract getekend. Over de eventuele verlenging ontstaan strubbelingen. Het team glijdt af. Ook Louwers is minder goed in vorm. Uit de laatste tien wedstrijden haalt het verdeeld geraakte elftal slechts zeven punten. Pas laat stelt men het eredivisieschap veilig. Eindhoven wint bijvoorbeeld maar nipt bij laagvlieger Rigtersbleek (2–1). Louwers scoort het belangrijke tweede doelpunt. 

 

In de zomer van 1956 vertrekt Willy Schmidt naar Ajax. Een zekere Piet Keizer kijkt er de schaarbeweging van hem af. Even later hangt Frans van Tuijl zijn voetbalschoenen aan de wilgen. Hij bereikt geen overeenstemming over de verlenging van zijn contract. Van Melis, Schmidt en de ‘lange’ Van Tuijl weg: Jan Louwers ziet een aantal sterkhouders verdwijnen. De overige medespelers worden er bovendien niet jonger op. Eindhoven is in het voorjaar van 1957 dan ook de eerste degradant uit de geschiedenis van de eredivisie. De club slaagt er niet in snel terug te keren. Louwers voelt zijn motivatie afnemen. De opkomst van de koelkast bedreigt zijn nering. Dan toont hij zijn strategisch inzicht. Louwers schakelt over op de levering van snacks aan de horeca. Dit is het echte begin van zijn zakelijke imperium. 

 

In de zomer van 1960 stapt Louwers over naar PSV, dat volgens bronnen uit die tijd circa zestig mille voor hem betaalt. Eindhoven staat op stelten. PSV-manager Ben van Gelder maakt de enigszins curieuze opmerking dat men Louwers toch maar mooi voor ‘de stad Eindhoven’ heeft weten te behouden. In het Philipsdorp vindt hij weer een sportieve uitdaging. Bovendien bedingt Louwers het recht op de verkoop van snacks tijdens de wedstrijd. Dat levert wel eens komische taferelen op. Buitenspelers zijn uiteraard grillig. Soms speelt Louwers geweldig, maar hij kent ook mindere dagen. Boze PSV-fans gooien hem dan ‘zijn’ worsten letterlijk voor de voeten. Als ‘cateraar’ verdient hij overigens vaak meer dan als voetballer. 

 

Ook na drie min of meer verloren jaren in de eerste divisie haakt Louwers, ondertussen 30 jaar oud, eenvoudig aan. Twee seizoenen lang komt hij dikwijls in actie. Regelmatig pikt hij zijn doelpunten mee. In 1962 grijpt PSV maar net naast de landstitel. Een jaar later wordt PSV wel kampioen, voor het eerst in het proftijdperk. Door blessures komt Louwers dat seizoen nog maar weinig in actie. Samen met Toon Brusselers zet hij wel de lijnen uit. Veel eer heeft hij niet van zijn werk. Het is alom feest. In 1963 is PSV landskampioen, tegelijk met het gouden jubileum van de club. Manager Van Gelder houdt Louwers echter om privé-redenen van de kampioensreceptie weg: er zijn geen cadeaus voor de routinier. De manager van PSV meent dat het als voetballer met hem is gedaan. Louwers vertrekt naar Roda JC, dat in de tweede divisie uitkomt. 

 

In Zuid-Limburg beleeft hij drie mooie jaren. Tijdens zijn laatste seizoen werkt Louwers voor het eerst onder een trainer-coach die hem wel bevalt, namelijk Wiel Coerver. Deze laatste haalt hem in januari 1966 terug, na ruim acht maanden schorsing door de KNVB. Helaas breekt Louwers eind februari 1966 thuis tegen EDO een sleutelbeen. Coerver is er altijd van overtuigd gebleven, dat Roda JC anders in 1966 zou zijn gepromoveerd. 

 

In de zomer van 1966 keert Louwers terug bij Eindhoven. Zonder loopvermogen, puur op inzicht en routine, leidt hij het elftal in het seizoen 1966/1967 naar behoorlijke resultaten. Een van zijn allerlaatste wedstrijden speelt Louwers in oktober 1967 in het B-elftal van Eindhoven, uitgerekend thuis tegen Limburgia-B. De cirkel is dan rond. Zeventien jaar eerder heeft hij tegen dezelfde tegenstander voor het eerst zijn grote klasse aan het thuispubliek gedemonstreerd.

 

Als speler is Louwers altijd grillig geweest. Vaak schittert hij, soms blijft hij onzichtbaar. Een betere verhouding met bondsofficials zou vermoedelijk minstens één basisplaats in Oranje hebben opgeleverd. Louwers wantrouwt overigens  bobo’s die zelf nooit op niveau hebben gespeeld. ‘Als ik de bal aan de voeten heb, gaat hij glimmen, als jullie hem aanraken, komen er krassen op’, zo deelt hij een gezelschap notabelen een keer mee.

 

 

De sponsor

 

Na zijn afscheid als speler richt Louwers zich aanvankelijk volledig op zijn ondernemingen. Deze groeien onder zijn bezielende leiding tot miljoenenbedrijven uit. In 1987 verkoopt hij uiteindelijk zijn florerende horecagroothandel. Achter de schermen blijft hij een grote rol spelen in het voetbal in de Lichtstad. Zijn verstand is voor PSV, maar zijn hart ligt bij Eindhoven. Ook aan de Frederiklaan heeft men veel baat bij zijn voetbalinzicht. In feite is hij een van de geestelijke vaders van de  Treble in 1988. Hij adviseert om Marco van Basten, Soren Lerby en Ivan Nielsen te kopen. De beide Denen zijn sterkhouders in het beste seizoen aller tijden van PSV.

 

Zijn oude liefde Eindhoven houdt hij jarenlang financieel overeind. Zijn tweede echtgenote geeft hem naar verluidt vaak het advies om het geld in de vijver achter de villa in Neerpelt te gooien. Dan maken de munten in ieder geval nog geluid. Wanneer de KNVB in de zomer van 2009 via strikte toepassing van het licentiesysteem eigenlijk wel van FC Eindhoven af wil, verrichten Kees Ploegsma sr. en Harry van Raaij een vriendendienst voor Louwers. Zij zorgen ervoor dat de club de zaken weer op orde krijgt.  

 

In het voorjaar van 2010 krijgt Louwers eer van zijn werk, wanneer het FC Eindhoven van Jan Poortvliet in Veendam beslag legt op een periodetitel. Ook twee jaar later maakt de club een sterk seizoen door, nu onder leiding van Ernest Faber. In december 2011 wordt hij erelid. Nog elf maanden kan hij als zodanig de wedstrijden van ‘zijn’ FC Eindhoven bezoeken, ook al gaat zijn gezondheidstoestand zienderogen achteruit. Op 1 november 2012 overlijdt Jan Louwers, de enige oud-speler die in zijn eigen stadion kon verblijven.