vrijdag 31 maart 2017
20:00 uur

Geschiedenis schrijven, deel 2

Vorige week deelden we met jullie de hoogtepunten van onze mooie club tot het begin van seizoen 1952/1953. Vandaag deel 2 met onder meer het absolute hoogtepunt in onze clubhistorie: het landkampioenschap in 1954!

 

 

De moeder aller overwinningen: 1953

 

In de afdelingscompetitie 1952/1953 hebben Eindhoven en PSV beide 37 punten weten te verzamelen uit 26 wedstrijden. Niets doelgemiddelde, niets doelsaldo, want het toenmalige reglement van de KNVB schrijft een beslissingswedstrijd voor. De gigantische publieke belangstelling brengt zelfs de Rotterdamse Kuip even als locatie in beeld. Men besluit evenwel de supporters, in de naoorlogse jaren van de wederopbouw, niet onnodig op reiskosten te jagen. Plaats van handeling wordt stadion De Vliert in Den Bosch. Ruim 30.000 toeschouwers, voor het overgrote deel afkomstig uit de Lichtstad, zien de moeder aller overwinningen van Eindhoven. Via een hevig betwiste strafschop, benut door aanvoerder Frans van Tuijl, nemen de blauw-witten al snel de leiding. Coen Dillen maakt met een afstandsschot gelijk, maar kort na rust scoort Piet van Rooij het winnende doelpunt. Het feest na de ‘moeder aller overwinningen’ houdt wat al te lang aan. In de kampioenscompetitie met RCH (Heemstede), Sparta en Vitesse komt het team dan ook maar moeizaam op dreef. Toch dwingt de ploeg nog een beslissingswedstrijd tegen RCH af, maar die gaat – in De Kuip! – na verlenging met 2–1 verloren. Net als in 1942 is Eindhoven Vizemeister, maar de drang naar revanche overheerst uiteraard de tevredenheid over dit resultaat.

 

De landstitel: 1954

 

In de afdelingscompetitie weet Eindhoven dit jaar concurrent Willem II achter zich te houden. Cruciaal daarbij is de 5–4 thuiszege op de Tilburgers. Kort na rust kijkt Eindhoven tegen een 4–1 achterstand aan, maar het elftal knokt zich op weergaloze wijze terug. Toon Feijen scoort de vijfde en winnende treffer. De titel wordt, net als in 1939 en 1942, in Tilburg behaald, nu door bij Willem II in een regelrechte thriller met 3–3 gelijk te spelen. In de kampioenscompetitie treft men DOS (een voorganger van FC Utrecht), het hoofdstedelijke DWS en PSV. Na vier speelronden hebben alle ploegen vier punten. Vervolgens deklasseert Eindhoven de rood-witte stadgenoot, aan de Frederiklaan nog wel. De wedstrijd eindigt in 4–0, maar alleen omdat de blauw-witte formatie het na rust kalmpjes aan doet. Sommigen schrijven dit toe aan de hoge temperatuur, anderen aan een informeel verzoek van enige spelers van PSV. Tot de grote uitblinkers behoren Jan Louwers en Piet van Rooij. Een week later wordt het DOS van Joop van Basten, Louis van den Bogert, Hans Kraay sr., Tonny van der Linden en Cor Luiten met 3–1 verslagen. Stermidvoor Noud van Melis tekent voor het drietal Eindhovense doelpunten. Voor het eerst is Eindhoven landskampioen. Niet veel later zal duidelijk worden, dat deze landstitel de laatste is in het amateurtijdperk. Waarschijnlijk zal Eindhoven tot in lengte van dagen de  ‘allerlaatste amateurkampioen’ blijven.

 

Het eerste seizoen in het profvoetbal: 1955

 

Eindhoven wordt niet de ‘eerste landskampioen in het proftijdperk’. Spits Noud van Melis vertrekt in de zomer van 1954 naar Rapid’54, een club uit de wilde profvoetbalbond. Dit is een grote aderlating, want international Van Melis heeft erg veel en erg belangrijke doelpunten op zijn naam. Desondanks wordt Eindhoven voor de derde keer op rij afdelingskampioen, nu voor VVV, Ajax, De Graafschap en SC Enschede (een voorganger van FC Twente). Een 3-1 thuiszege op VVV in de voorlaatste speelronde levert de eerste prijs in het betaalde voetbal op. De kampioenscompetitie is spannend. Na vijf speelronden hebben Willem II en NAC zes punten, tegenover PSV en Eindhoven vier. Jazeker, het is het befaamde seizoen van het  ‘Noord-Brabantse kampioenenkwartet’! Op de slotdag wint PSV van NAC, maar Eindhoven verliest thuis van Willem II (2–3), onder andere door twee eigen doelpunten van Frans van Tuijl en Lambert van Tuyl. De landstitel gaat dus naar de Wolstad. Een aardig detail: in de afdeling treft dat seizoen Eindhoven twee toekomstige winnaars van de Europa Cup I. Bij Ajax verdedigt immers Eddy Pieters Graafland het doel, terwijl een piepjonge Coen Moulijn, als linksbinnen, de kleuren van het Rotterdamse Xerxes verdedigt. Beiden zijn van de partij als Feyenoord in mei 1970 in Milaan het Schotse Celtic verslaat (2–1).

 

Handhaving op het tweede niveau: 1962

 

In 1956 vertrekt linksbuiten Willy Schmidt voor 42 mille naar Ajax. Hij levert meteen een grote bijdrage aan de eerste eredivisietitel van de Amsterdamse club. Andere spelers worden een dagje ouder of hangen de voetbalschoenen aan de wilgen. In 1960 stapt rechtsbuiten Jan Louwers voor circa 60 mille naar PSV over. Drie jaar later wint ook hij een tweede landstitel. De grillige vedette komt dan  door blessures nog maar weinig aan spelen toe. Wel zet hij, samen met Toon Brusselers, nog steeds de lijnen uit. Overigens is ook Noud van Melis in 1956 voor een tweede keer in zijn loopbaan landskampioen geworden, nu met Rapid JC. Deze prestaties geven duidelijk de kracht van de Eindhoven-voorhoede uit de jaren vijftig aan. Voor de blauw-witten zijn echter de magere jaren aangebroken. Van concurrentie met de rijke stadsgenoot PSV is geen sprake meer. Toch wordt aan het begin van de jaren zestig nog een mooi resultaat geboekt. In het seizoen 1962/1963 worden de Eerste Divisie A en de Eerste Divisie B samengevoegd tot één Eerste Divisie. Eindhoven moet een halve competitie tegen Veendam en SVV (Schiedam) spelen om zich op het tweede niveau te handhaven. Men incasseert een nederlaag in Veendam (2–1), met oudgediende De Munck onder de lat, maar men klopt thuis SVV (2–0). Alle ploegen eindigen dus met twee punten. SVV heeft immers eerder thuis Veendam geklopt (2–0). Nu is het doelgemiddelde in de reguliere competitie bepalend. Veendam (1,58) en Eindhoven (1,33) handhaven zich daarom, ten koste van SVV (1,19). Het is het laatste succes voor Piet van Rooij en Frans Tebak, de twee resterende spelers uit het kampioenselftal van 1954.

 

Promotie naar de eerste divisie: 1971

 

In 1969 vindt een dieptepunt in de clubgeschiedenis plaats. Eindhoven degradeert naar de Tweede Divisie, het toenmalige derde niveau. Een beslissingswedstrijd tegen De Volewijckers (Amsterdam-Noord), met onder anderen Co Adriaanse in de gelederen, gaat op 8 juni in Arnhem met 1–0 verloren. Het lukt niet meteen om het verloren terrein terug te winnen. In het eerste seizoen in de Tweede Divisie eindigt Eindhoven als vierde, na Heerenveen, Wageningen en Velox (een voorganger van FC Utrecht). In de zomer van 1970 besluit de clubleiding een nieuwe trainer-coach aan te trekken, namelijk de Engelsman Lesley Talbot, een oude bekende. Hij stond in 1953 immers bij RCH aan het roer! In 1964 is ook DWS onder zijn bezielende leiding landskampioen geworden. Hij vergroot de fysieke en de mentale hardheid van de spelersgroep. Eindhoven eindigt na 32 wedstrijden als derde, achter De Volewijckers (!) en PEC. Het doelsaldo (45–19) herinnert aan oude tijden. Alleen GVAV (7), het huidige FC Groningen, FC Den Bosch (18) en FC Twente (18) incasseren dat seizoen in het betaalde voetbal minder tegengoals. In de achterhoede treffen we dan ook clublegendes aan als Henk Bloemers, Govert Kooiman en Hendrik Schalks. Overigens wordt in de zomer van 1971 het profvoetbal gesaneerd: de Tweede Divisie verdwijnt. Eindhoven mag blijven, maar hierdoor ‘promoveren’ ook Roda JC (vijfde), Fortuna Vlaardingen (zevende) en VVV (elfde).

 

Promotie naar de eredivisie: 1975

 

In 1973 krijgt Rinus Gosens de technische touwtjes bij Eindhoven in handen. Het eerste seizoen onder zijn leiding verloopt moeizaam. In de zomer van 1974 trekt de club twee sterkhouders aan, namelijk de slimme voorhoedespeler Lambert Kreekels (Helmond Sport) en oud-international Miel Pijs (FC Den Bosch). In de winter arriveert ook nog eens spits Hans Bleijenberg (SC Cambuur). Op dat moment heeft de ervaren ploeg de eerste periodetitel reeds binnen. Het kampioenschap en de rechtstreekse promotie zijn uiteindelijk voor NEC, getraind door Piet de Visser, die onder anderen kan beschikken over neo-international Jan Peters. De Nijmegenaren laten FC Groningen op doelsaldo achter zich. Kort daarachter eindigen Vitesse en PEC Zwolle. Uitgerekend deze ploegen treft Eindhoven in de nacompetitie. De eerste wedstrijd, uit in Groningen, gaat met 1–0 verloren. Daarna wint Eindhoven thuis nipt van zowel PEC Zwolle (1–0) als Vitesse (2–1). Vervolgens schakelt het team een versnelling hoger. In Arnhem delft Vitesse met 5–2 het onderspit, terwijl PEC in Zwolle met 4–0 onderuit gaat. De 4–1 thuiszege op FC Groningen vormt een schitterende climax. Na achttien jaar afwezigheid is Eindhoven weer terug op het hoogste niveau.

 

Op maandag 18 mei volgt deel 3.

Heb je deel 1 gemist? Je leest het hier terug.

 

Eindhoven zal wezen, Eindhoven zal zijn!