zaterdag 22 juli 2017
18:00 uur

Geschiedenis schrijven, deel 1

We kennen tot nu toe een prachtig seizoen! Een tweede plaats en puntenrecord, de vierde periodetitel en Bronzen Stieren voor Jean-Paul de Jong, Joey Sleegers en Branco van der Boomen. Hopelijk zetten we in de play-offs de kroon op het werk. Dan zou er een prachtig hoofdstuk worden toegevoegd aan onze mooie geschiedenis.

Graag delen we in een drieluik de hoogtepunten uit de afgelopen 106 jaren. Vandaag deel 1.

 

Promotie naar de eerste klasse: 1922

Uitgerekend PSV geeft de aanzet tot het eerste grote succes uit de blauw-witte clubhistorie. In 1921 bereikt de rood-witte buurman uit Strijp de eerste klasse. Daarop fuseren EVV (Eindhovensche Voetbal-Vereeniging) EVV en (Sparta) Gestel, met als doel deze krachttoer te evenaren. Al in het eerste seizoen is het meteen raak voor de nieuwe fusieclub, Eindhoven. In de competitie in de tweede klasse levert een dozijn wedstrijden ook twaalf zeges op. Maar liefst 47 keer zijn de aanvallers trefzeker, terwijl de verdediging slechts drie doelpunten toe hoeft te staan. Zo weet Eindhoven runner-up Helmond ruim achter zich te laten. Via overwinningen in promotiewedstrijden tegen Alliance uit Roosendaal en het Venlose VOS (Vooruitgang Ons Streven) bereikt Eindhoven het toenmalige ‘voetbalwalhalla’. Een seizoen later lijkt de promovendus op de titel in de zuidelijke eerste klasse af te stormen. Door een uitnederlaag bij Willem II raakt het team uit zijn flow. Ondertussen staat de ploeg wel bekend als ‘de Schrik van het Zuiden’. In de eerste drie seizoenen in de eerste klasse worden alle derby’s tegen PSV in winst omgezet.  Aan het einde van het seizoen 1924/1925 degradeert de aartsrivaal uit Strijp zelfs. De ondernemingsclub gebruikt vervolgens de band met Philips om topspelers aan te trekken. Men biedt hun simpelweg een functie in het bedrijf aan. In de economisch moeilijke jaren ’20 is baanzekerheid belangrijk. De versterkte rood-witten keren al na een jaar terug op het hoogste niveau. Met de blauw-witte dominantie in het Eindhovense voetbal is het dan al snel gedaan.

 

Bekerwinst en handhaving: 1937

In het seizoen 1936/1937 waart het degradatiespook aan de Aalsterweg rond. Ondertussen verovert PSV voor de vijfde keer het afdelingskampioenschap. De rood-witten zijn ook al twee keer landskampioen geworden (1929, 1935). De dominantie van PSV in de Lichtstad staat buiten kijf. Gelukkig weet Eindhoven in de eerste klasse te blijven. In de laatste competitiewedstrijd wint de ploeg bij Bleijerheide met 9–2. Zo dwingt men een beslissingswedstrijd tegen MVV af. In Maastricht fronst men de wenkbrauwen. Bleijerheide had voor deze negenklapper namelijk maar één thuiswedstrijd verloren, en wel tegen PSV, de latere kampioen. Deze afstraffing door de drager van de rode lantaarn wekt overal de aandacht. Tussen Roda JC en MVV bestaat anno 2015 een stevige realiteit. Bleijerheide is een van de voorgangers van Roda JC. Waarschijnlijk waren de onderlinge gevoelens tussen Bleijerheide en MVV in 1937 al niet heel erg hartelijk. In de beslissingswedstrijd tegen MVV, in Roermond, staat na de reguliere speeltijd 1–1 op het scorebord. Sjef van Gennip, ‘het wonder van Eindhoven’ scoort in de verlenging vervolgens de winnende treffer. In het toernooi om de KNVB-beker, dat na de afdelingscompetitie wordt afgewerkt, schittert de voormalige degradatiekandidaat. In de finale zegeviert Eindhoven bij De Spartaan in Amsterdam met 1–0. Frits Kruger scoort het beslissende doelpunt. Hoewel hij maar tot twee competitiewedstrijden voor Eindhoven speelt, krijgt hij zo toch een prominente plaats in de clubhistorie.

 

De eerste afdelingstitel: 1939

Twee jaar na de bekerwinst wint Eindhoven voor het eerst de Zuidelijke afdelingstitel. Aartsrivaal PSV heeft ondertussen al een half dozijn afdelingskampioenschappen veroverd. Het elftal, getraind door de Oostenrijker Otto Pinter, weet MVV en NAC voor te blijven. Op 12 maart 1939 is het eindelijk zover. De blauw-witte formatie wint met 2–1 bij het Tilburgse LONGA. Tegelijkertijd verliest NAC bij RFC in Roermond met 1–0. Later stoot MVV de Bredanaars nog van de tweede plaats, maar dat is enkel van belang voor de statistiek. In de kampioenscompetitie domineren de hoofdstedelijke clubs: Ajax verovert de landstitel, vóór DWS. Eindhoven eindigt als vierde, achter NEC, maar vóór Achilles 1894 (Assen). Voor één Eindhoven-speler ontstaat zelfs belangstelling van de keuzeheren van Oranje: linkshalf Arend ‘Broer’ Koolen. Wanneer Abe Lenstra op 11 juni 1939 ter gelegenheid van de Olympische Dag in een officieus Oranjeteam tegen Joegoslavië (4–1) debuteert, zit Koolen op de reservebank. De Gitzwarte Jaren zijn in aantocht. Die zetten ook een streep door zijn interlandloopbaan. Na de oorlog speelt Koolen nog tot 1951 in het eerste elftal van Eindhoven. Net voor de Gouden Jaren zwaait de vaak briljante middenvelder af.

 

Bijna landskampioen: 1942

In 1942, tijdens de Duitse bezetting, verovert Eindhoven wederom het Zuidelijke afdelingskampioenschap, nu voor NAC en Willem II. Een 1-1 gelijkspel, opnieuw bij het Tilburgse LONGA, is voldoende om de kampioensvlag voor de tweede keer in top te hijsen. Na 22 wedstrijden is het doelsaldo van Eindhoven 50–16, terwijl dat van naaste belager NAC 70–39 is. De blauw-witte defensie krijgt dan ook het predikaat ‘de sterkste verdediging van het land’. Vooral de flamboyante Helmondse doelman Piet van Veghel, spil Huub van Gemert en de robuuste backs Piet Giesbers en Toon Schampers mogen dit op hun palmares bijschrijven. In de kampioenscompetitie lijkt Eindhoven zelfs op de ultieme bekroning af te stevenen. Tijdens de laatste en wellicht beslissende wedstrijd neemt men thuis tegen ADO de leiding. Concentratieverlies geeft de Hagenaars echter de kans om snel weer gelijk te maken. In het standaardwerk Beter Voetbal (1948, p. 238) schrijven ir. Ad van Emmenes (de vader van Viola Holt) en Kick Geudeker (oud-speler van Ajax en PSV) het wedstrijdverloop toe aan een bewuste tactiek van ADO: “Het speelde derhalve op gelijk spel en eigenlijk op 0-0. Gevolg een sterk verdedigend spelletje van de Haagse club met een steeds teruggetrokken middenlinie. Totdat Eindhoven toch een doelpunt maakte. Toen ontwikkelde A.D.O. ineens al zijn latent gebleven aanvalskracht, maakte in de volgende minuut gelijk en.... ging weer sterk verdedigend spelen, waardoor de stand gelijk bleef.” De moderne voetbalfan moet dus maar niet te veel klagen over het niveau van programma’s zoals Studio Voetbal en VI-TV. Na het gelijkspel aan de Aalsterweg verzilvert de ploeg uit de Hofstad overigens de kampioenskansen door thuis van AGOVV te winnen. Voor Eindhoven rest niet meer dan een tweede plaats. Anno 1942 is voetbal natuurlijk meer dan ooit een bijzaak.

 

De eeuwige tweede: 1948, 1951 en 1952

In het eerste decennium na de Tweede Wereldoorlog lijkt Eindhoven uit te groeien tot een eeuwige tweede, tot een Raymond Poulidor avant la lettre. In 1948, 1951 en 1952 eindigt de club als tweede in afdeling, steeds achter de latere landskampioen.

Op de slotdag van het seizoen 1947/1948 moet Eindhoven uit bij Sittardse Boys winnen. Dan zou nog een beslissingswedstrijd tegen het reeds uitgespeelde BVV uit Den Bosch volgen. Bij deze Limburgse club staat echter Frans de Munck onder de lat. Velen beschouwen deze grandioze doelman nog altijd als de evenknie van Jan van Beveren en Edwin van der Sar. Eindhoven blijft steken op 0–0, omdat De Munck formidabel keept, terwijl Koolen het houtwerk raakt. Na het laatste fluitsignaal gaat ‘de Zwarte Panter’ op de schouders van Bossche supporters van het veld af. BVV verovert vervolgens de landstitel, voor het Heerenveen van Abe Lenstra.

Drie jaar later verspeelt Eindhoven de titel in onderlinge confrontaties met PSV. Zowel aan de Frederiklaan als aan de Aalsterweg zegeviert de aartsrivaal met 2–1. Beide wedstrijden worden op televisie uitgezonden: de uitwedstrijd, begin september 1950, is zelfs een primeur voor Nederland. Helaas vertolken in beide duels de scheidsrechters een hoofdrol, en niet in het voordeel van Eindhoven. Wel worden hierdoor de consequenties van televisie-uitzendingen meteen duidelijk. Er is volop discussie over de vermeende arbitrale dwalingen. PSV behaalt dat seizoen ook het landskampioenschap, voor het Amsterdamse DWS en Willem II.

In 1952 eindigt Eindhoven als tweede achter de Tricolores uit Tilburg. Zeker in de eerste competitiehelft verspeelt men te veel punten tegen kleintjes, zoals de latere degradant Quick Nijmegen. In de tweede helft van een seizoen verspeelt men in 13 wedstrijden nog maar drie punten, terwijl de geliefde trainer-coach Wim Groenendijk om medische redenen ontbreekt. Het mag niet baten, want Willem II blijft voldoende op stoom om de afdelingstitel binnen te halen. In de kampioenscompetitie verspelen de Tricolores tegen het Schiedamse Hermes DVS, Ajax en Haarlem geen enkel punt. Dit is een unieke prestatie.

 

De Zilveren Bal: 1952

Voor de invoering van het Europese voetbal is het toernooi om de KNVB-beker niet erg in trek. De afdelingskampioenen kunnen niet deel nemen vanwege de kampioenscompetitie. Andere clubs geven de voorkeur aan leuke buitenlandse reisjes en laten zich soms maar al te graag uitschakelen. Meer belangstelling trekken de toernooien voor de start van de competitie, zoals de Zilveren Voetbalcompetitie in Rotterdam. In het stadion van Sparta treffen sterke ploegen elkaar gedurende een aantal weekeinden in augustus. Eindhoven bereikt in 1949 voor het eerst de finale. Het Dordtse Emma, met de gebroeders Van der Gijp, is echter met 3–0 te sterk. Een jaar later delft men nipt het onderspit tegen BVV, dat met 3–2 zegeviert. Drie keer blijkt niet altijd scheepsrecht te zijn, want in 1951 wint thuisclub Sparta ten koste van Eindhoven de Zilveren Bal. Een strafschoppenserie moet de beslissing brengen, want de finale zelf eindigt met een 1–1 stand op het scorebord. In 1952 dreigt ook de vierde finale op rij op een flinke teleurstelling uit te draaien. Stormvogels, met doelman Kraak en midvoor Angenent, neemt aanvankelijk een 2–0 voorsprong. Eindhoven weet zich echter terug te knokken tot 2–2, waarna Jan Louwers de wedstrijd in de slotfase beslist.

 

Op maandag 11 mei volgt deel 2. Eindhoven zal wezen, Eindhoven zal zijn!